3. Succesfactoren en valkuilen

Als de ASS-leerling zijn diagnose niet leert aanvaarden en zijn beperkingen geen plaats weet te geven, kan hij nooit groeien naar eigenwaarde en ontwikkeling van een arbeidsidentiteit. Het is cruciaal dat de begeleiding begint met het faciliteren van dat aanvaardingsproces.

Het is belangrijk dat de begeleiders zodanig vertrouwd zijn met ASS-kenmerken op cognitief en gedragsmatig vlak. Alleen dan kunnen ze erover waken dat de ASS-leerling een realistisch zelfbeeld ontwikkelt, een duidelijk zicht op zijn (on)mogelijkheden en hun oorzaken.

Met name de verbaal sterkere ASS-leerling heeft het nodig betrokken te worden en mee te mogen denken en beslissen in zijn groeiproces. De ASS-leerling die eerder terughoudend en afwachtend is, heeft dan weer nood aan een meer sturende stijl van begeleiding. In beide gevallen is de doelstelling dezelfde: de ASS-leerling zo veel mogelijk zelf de regie laten voeren.

Als de initiĆ«le interesses en preocupaties van de ASS-leerling om bepaalde redenen niet kunnen leiden tot tewerkstelling, dan is het belangrijk die toch een plaats te geven in andere aspecten van het leven. Ze zijn immers vaak erg belangrijk voor de ASS-leerling.

In alle opzichten is het essentieel dat de ASS-leerling altijd ernstig genomen wordt, in al zijn (on)mogelijkheden en wensen. De toegevoegde waarde van de begeleiding is net dat de ASS-leerling inzicht verwerft in zijn beperkingen en vaardigheden en daarin gerespecteerd en naar waarde geschat wordt.