1.1 Van kinderschizofrenie tot autismespectrumstoornissen

De eerste bevindingen over autisme werden in 1943 in de Verenigde Staten omschreven door Dr. Leo Kanner. Hij was een pionier in het wetenschappelijk onderzoek naar vroegkinderlijk autisme. Hij ging voor het eerst kinderen met autistische kenmerken als een aparte categorie omschrijven. Hans Asperger deed in Oostenrijk ongeveer gelijktijdig onderzoek bij kinderen met hetzelfde gedrag. Het verschil tussen de twee groepen bestond erin dat de groep van Kanner uit minder begaafde personen bestond, bijna allemaal met een IQ tot maximum 70. De groep van Hans Asperger was samengesteld uit personen met dezelfde stoornissen, maar deze personen waren meestal beter tot normaal begaafd.

Tot de jaren ’60 werd autisme als een vorm van kinderschizofrenie beschouwd. Men veronderstelde dat het een psychische oorzaak had. Vanaf de jaren ’70 werden de kinderpsychosen, aldus Kolvin, ingedeeld in twee groepen. Groep 1 was een groep kinderen die een ernstige afwijking in het ontwikkelingsproces kenden, te omschrijven als een pervasieve ontwikkelingsstoornis. De 2de groep omvatte kinderen met een verlies van realiteitstoetsing, terwijl ze voordien normaal functioneerden, dit is beter bekend als vroeg ontstane schizofrenie.

Vanaf de jaren ’80 werden in de DSM-III criteria gehanteerd voor het vaststellen van pervasieve ontwikkelingsstoornissen (POS). POS zijn te omschrijven als ‘een ernstige tekortkoming in de ontwikkeling op meerdere domeinen’. Het is familie van de leerstoornissen (dyslexie, discalculie, …) en de verstandelijke beperking (mentale retardatie). Bij specifieke ontwikkelingsstoornissen zijn er echter problemen in de ontwikkeling op één domein. Mentale retardatie wordt gekenmerkt door een ontwikkelingsvertraging op alle domeinen.

Sinds 2000 is men na wetenschappelijk onderzoek beginnen te concluderen dat ‘de autist’ niet bestaat. Autisme en aanverwante stoornissen worden herleid tot het autismespecrum. Het spectrum omvat een grote diversiteit aan subgroepen, namelijk: mensen met een autistische stoornis, met het Asperger syndroom, met een ‘desintegratieve stoornis van de kinderleeftijd’, met het RETT syndroom en met een ‘pervasieve ontwikkelingsstoornis niet anderszins omschreven’ (PPD-NOS).