1.3 Wat zien we? Kenmerken van ASS

Het gevolg van anders, autistisch denken zien we in het gedrag van personen met autisme. Het ‘anders’ zijn komt tot uiting op drie gebieden: we noemen dit de triade van stoornissen bij autisme. Belangrijk binnen deze triade is dat het gaat om een kwalitatief en niet om een kwantitatief tekort. Het ‘anders’ zijn bij personen met ASS zien we in beperkingen op vlak van sociale interacties, communicatie en verbeelding.

1.3.1 Beperkingen in sociale interactie

Personen met ASS hebben grote moeite met het zich inleven in de gedachten, de gevoelens en de intenties van anderen en kunnen daardoor ook moeilijk anticiperen op wat een ander denkt, voelt of wenst. Vanuit hun autisme is het voor hen moeilijk om de steeds veranderende betekenissen in onze maatschappij te begrijpen, aan te voelen en er adequaat op te reageren. Het gevolg van deze beperkingen in de sociale interactie is dat een persoon met ASS in sociaal opzicht vaak ‘botst’.

We onderscheiden vier subtypes op dit vlak:

De persoon die ‘aloof’ of afzijdig is, sluit zich af voor contact met anderen en wordt snel onrustig en overprikkeld wanneer de omgeving contact zoekt. Vaak zijn intelligentie en taalgebruik nauwelijks of sterk vertraagd ontwikkeld.

De passieve persoon maakt geen spontaan contact met anderen, hoewel hij vaak wel openstaat voor toenadering. Hij kan geactiveerd worden maar zal dat nooit uit zichzelf doen. Deze houding wordt vaak niet of te laat herkend als ASS-kenmerk.

De persoon die zich ‘active but odd’ (actief maar bizar) gedraagt, gaat wel spontaan in interactie met zijn omgeving, maar op een naïeve en soms storende manier, en steeds uitsluitend vanuit zijn eigen beleving en interesses. Hij stelt bv. ongepaste vragen en is niet geïnteresseerd in het antwoord. De wederkerigheid en belangstelling voor anderen ontbreekt aan de interactie, wat met name het contact met leeftijdgenoten moeilijk maakt (afwijzing, pesten). Ook dit gedrag wordt vaak niet of te laat herkend als ASS-kenmerk.

Bij normaal tot hoogbegaafde personen met ASS kunnen ‘stilted and overformal’(stijf-formalistisch) spreken en handelen voorkomen. Ze zijn overdreven beleefd en zeer formeel in hun taalgebruik, waardoor ze soms verwaand overkomen. In werkelijkheid heeft deze persoon vaak een aantal sociale scripts ingestudeerd om zo normaal mogelijk over te komen in een reeks sociale interacties. Dit blijkt bv. wanneer zich een onverwachte situatie voordoet, waarvoor geen script bestaat.

1.3.2 Beperkingen in communicatie

Deze beperking treffen we zowel aan in de expressieve communicatie (het uiten van de eigen bedoelingen) als in de receptieve communicatie (het begrijpen van wat de ander bedoelt).

Communiceren is meer dan een verzameling technische taalvaardigheden. Veel personen met ASS beschikken over een uitgebreide woordenschat en spreken in prachtige volzinnen, maar hebben toch moeite om te communiceren en de ander te begrijpen. Bovendien is onze communicatie is voor personen met ASS vaak te abstract en te symbolisch.

Door hun gebrekkige taalontwikkeling is de persoon cognitief niet in staat omsymbolisch taalgebruik te begrijpen en hanteren (abstracte redeneringen, complexe zinnen, symbolisch taalgebruik, enz.), of zelfs niet in staat tot enige vorm van communicatie.

Opvallende spraakafwijkingen qua vorm en inhoud zijn bv. echolalie (mechanische herhaling van een frase), zeer luid, snel of monotoon spreken, eigenaardig gebruik van woorden of zinsdelen. Anderzijds spreekt de persoon misschien vloeiend en technisch correct, maar is hij niet in staat om een gesprek op te starten, voort te zetten of af te ronden.

Algemeen voor personen met ASS gelden stoornissen in non-verbaal gedrag als oogcontact, gelaatsuitdrukkingen, lichaamshouding en gebaren. Een knuffel doet verstijven, een glimlach wordt niet beantwoord, oogcontact wordt vermeden. Het ontbreken van zulke non-verbale uitwisselingen maken het contact overwegend eenzijdig en zonder wederkerigheid, wat relatievorming uiteraard sterk bemoeilijkt.

1.3.3 Beperking in het verbeeldingsvermogen

Door hun gebrek aan verbeelding komt de wereld vaak heel chaotisch, overweldigend en bedreigend over voor personen met ASS. Verbeelding gaat per definitie verder dan het concreet waarneembare, en personen met ASS hebben het net moeilijk om zich iets te kunnen voorstellen wat niet aanwezig en zichtbaar is.

Een tekort in verbeelding belemmert bij kinderen met ASS sterk de ontwikkeling van het spel. Ze hebben geen of weinig fantasie, hun fantasiespel is vaak repetitief en weinig gesofisticeerd. Of ze verliezen net het onderscheid tussen fictie en werkelijkheid uit het oog en gaan helemaal op in een fantasiewereld.

Bij volwassenen uit het tekort aan verbeelding zich in de moeilijkheid om de gevolgen van bepaald gedrag te voorzien. Vooruitdenken en plannen is bijgevolg moeilijk voor hen.

De meeste personen met ASS voelen een overheersende drang naar gelijkblijvendheid en dus grote angst voor verandering en doorbreking van vaste routines. De rigiditeitvan vaste routines en rituelen, vaste werkwijzen, vaste oplossingsprocedures en onveranderlijke feiten helpen om de buitenwereld op comfortabele afstand te houden, door bv. telkens via exact dezelfde route een bepaalde verplaatsing te maken, of alle aandacht te richten op één bepaald thema en daar volledig in op te gaan (preoccupatie). Wanneer het vaste patroon (een handeling, de omgeving) toch doorbroken wordt, brengt dat verstarring voort en zelfs paniekreacties.

Soms komen ook stereotiepe, repetitieve lichaamsbewegingen voor zoals wiegen of fladderen met handen.

Veel personen met ASS zijn niet of moeilijk in staat om een aangeleerd scenario toe te passen in een nieuwe situatie, m.a.w. om het geleerde te generaliseren. Leerkrachten bieden hun ASS-leerlingen dan ook zo vaak mogelijk reële situaties buiten het klaslokaal aan waarin de ASS-leerling zich kan leren gedragen. Een stageplaats op de werkvloer is een uitstekend voorbeeld van zo’n reële setting.