1.3.2 Bepaling beginsituatie

A. Binnen type 2-werking

Voor de beginsituatie – bepaling voor een leerling met een type 2 attest merken we steeds meer dat het belangrijk is om ons te richten naar een specifiek segment binnen de functionele vaardigheden, namelijk handvaardigheden.

Deze keuze is te verantwoorden vanuit een aantal specifieke uitgangspunten:

  • Naarmate het kennisniveau van de persoon met ASS lager is, lijkt het werk eenvoudiger, maar is het opvallend dat de handvaardigheid en daaraan gekoppelde ervaring een dominante rol gaan spelen.
  • De deelname aan het arbeidsmatig proces vraagt een parallel oefenen van handvaardigheden, socio-emotionele vaardigheden, motivationele aspecten en communicatie.
  • Door het oefenen van handvaardigheden gaan we op zoek naar wat mensen kunnen en laten we ze dat gebruiken.
  • Door een analyse van de handvaardigheden en het verder trainen van deze vaardigheden kunnen we 2de rangstaken vermijden die ontdaan zijn van uitdaging, op die manier zijn taken niet te gemakkelijk en niet te moeilijk en vermijden we verveling of stress.
  • We willen de mogelijke risicofactoren gekoppeld aan het autisme van de leerling ombuigen naar succesfactoren, te denken aan:
    • Perfectionisme
    • Repetitieve voorspelbare taken
    • Oog en geheugen voor detail
    • Punctualiteit
    • Voorkeur voor routinetaken die anderen saai en eentonig vinden
    • Betrouwbaarheid

Wanneer de leerling instroomt wordt een 0-meting uitgevoerd omtrent de handvaardigheden van de leerling met autisme. Dit gebeurt aan de hand van de Ruwardtest. De test meet 5 basishandvaardigheden, namelijk reiken, grijpen, plaatsen en verplaatsen en loslaten en kan te allen tijde opnieuw uitgevoerd worden als hertest.

Daarnaast en verder bouwend op deze handvaardigheidsmeting– en training lijkt het ons belangrijk om de bekwaamheid van een individu te meten om een bepaalde taak of een beperkte groep van taken uit te voeren (bedrevenheid). Dit kan door de afname van Mast II, voortbouwend op de Ruwardtest.

Om de leerlingen onder optimale omstandigheden de handvaardigheidsmeting te laten uitvoeren, wordt in eerste instantie hun communicatieniveau gemeten aan de hand van de Comvoor.

Gezien de instrumenten ontwikkeld werden voor de ruimere groep van personen met een handicap maken wij een hertaling naar het auti-specifiek segment door een koppeling te maken van deze instrumenten aan de Comvoor waar we via testing en hertesting het communicatieniveau van de leerling kunnen achterhalen.

B. Binnen OV3 BuSO en binnen OV4 BuSO en TSO/BSO met GON-begeleiding

Voor deze jongeren is een belangrijk aspect in de startfase van het begeleidingsproces het zoeken naar een antwoord op volgende vragen: Voor welk soort werk komt de jongere ASS in aanmerking? Welk soort werk kan de leerling met ASS aan?

Om een antwoord te beiden op deze vragen worden de Valpar Work Samples (= VWS) ingezet. Het is een meetinstrument voor werkgerelateerde capaciteiten, vaardigheden en interesses. Het wordt gebruikt voor beroepsverkenningen, voor onderzoek naar beroepsmogelijkheden en voor het bepalen van de geschiktheid van een persoon voor (specifieke) functies binnen een bedrijf.

Via het meetinstrument komt men van de testpersoon te weten over welke technische vaardigheden en de daaraan gekoppelde sociale vaardigheden hij beschikt en welke nog verder ingeoefend moeten worden. Het meetinstrument focust op het volgende: ‘werken’ is meer dan taken uitvoeren. In elke functie wordt een (integraal) beroep gedaan op iemands cognitieve, fysieke en mentale capaciteiten. In realiteit houdt ‘werken’ in dat men gaat ‘denken, voelen en doen’ op hetzelfde ogenblik.

In het kader van het project zijn 9 Work Samples gebruikt.

  • VWS: werken met klein gereedschap 
  • VWS: onderscheiden naar grootte 
  • VWS: zelfstandig problemen oplossen 
  • VWS: sorteren op meerdere niveaus
  • VWS: kort cyclische montage
  • VWS: numeriek sorteren
  • VWS: fijne vingermotoriek
  • VWS: meten op meerdere niveaus
  • VWS: omgaan en samenwerken met collega’s

De test wordt bij leerlingen met ASS binnen een OV3 werking afgenomen in het observatiejaar na de kerstvakantie. Op basis van de testresultaten krijgt men een beeld van de vaardigheden waarover de jongere reeds beschikt en welke nog verder ontwikkeld moeten worden. Vertrekkend vanuit de mogelijkheden en beperkingen van de leerlingen wordt een concreet beeld geschetst van de jobs die hij/zij als volwassene zou aankunnen. Na  de training van de aandachtspunten kan de jongere meerdere malen opnieuw getest worden om na te gaan of er al dan niet evolutie merkbaar is.

Het meetinstrument Valpar Work Samples is bij uitbreiding ook bruikbaar in de loop van het 2de jaar van de opleidingsfase. Het vormt een basis waaruit kan afgeleid worden binnen welke vorm van tewerkstelling de leerling stage zou kunnen doen in de volgende fase of welk soort job de jongere aan zou kunnen in de toekomst.

De test wordt bij leerlingen met ASS binnen OV4 BuSO en in TSO/BSO met GON-begeleiding afgenomen in het 1ste jaar van de 1ste graad na de kerstvakantie. Op basis van de testresultaten krijgt men een beeld van de vaardigheden waarover de jongere reeds beschikt en welke nog verder ontwikkeld moeten worden. Vertrekkend vanuit de mogelijkheden en beperkingen van de leerlingen wordt een concreet beeld geschetst van de jobs die hij/zij als volwassene zou aankunnen. Na  de training van de aandachtspunten kan de jongere meerdere malen opnieuw getest worden om na te gaan of er al dan niet evolutie merkbaar is.

Het meetinstrument Valpar Work Samples is ook bruikbaar in de loop van het 1ste en 2de jaar van de 2de graad.. Het vormt een basis waaruit kan afgeleid worden binnen welke vorm van tewerkstelling de leerling stage zou kunnen doen in de volgende fase of welk soort job de jongere aan zou kunnen in de toekomst.