1.3.1 Visie: fase van het leren leren

Voorbereiding van de leerling tijdens zowel theoretische als praktische lessen als vorm van trajectbegeleiding.

Deze fase hebben de leerlingen met ASS – onder ideale omstandigheden – reeds achter de rug wanneer ze hun eerste voet binnen zetten op onze scholen. Het kind met ASS moet reeds in een vroege fase (voor de leeftijd van 10 jaar) geoefend worden in het ‘leren leren’. Binnen het huidige schoolsysteem en onder invloed van diverse initiatieven in het verleden (o.a. het voorgaande pilootproject autisme) is reeds in vele kleuter- en lagere scholen (voor buitengewoon onderwijs) heel wat expertise opgebouwd inzake autisme, ook via GON-begeleiding wordt deze expertise meer en meer verspreid. De kinderen met ASS krijgen een omgeving aangeboden waarin ze maximaal begeleid worden en een rugzakje meekrijgen van hulpmiddelen die hun kunnen beschermen tegen te grote moeilijkheden: ze leren omgaan met tijd, kunnen hun vrije tijd doorbrengen, hebben geleerd zelfstandig taken af te werken, hebben sociale vaardigheden aangeleerd. Dit is een belangrijke voorloper om te werken aan een realistisch zelfbeeld.

Hierbij moet er ruime aandacht zijn voor de zogenaamde soft skills, vanuit de bedenking dat men met werk alleen het niet redt:

  • Persoonlijk voorkomen: werken aan hygiëne (bad, haarverzorging, zelfredzaamheid, …)
  • Goede manieren: tafelmanieren, …
  • Grenzen kennen en respecteren
  • Voldoende soepelheid in het maken van overgangen, het aankunnen van veranderingen, …
  • Voldoende bewustzijn van eigen innerlijk en de betekenis van uiterlijk gedrag
  • Oogcontact kunnen bieden
  • Beslissingen kunnen nemen
  • Verantwoordelijkheid kunnen nemen

In de meeste lagere scholen met autiwerking werkt men met evaluaties waarin vaardigheden ontdekt zijn die gelukt zijn, in ontwikkeling of nog te moeilijk en waarbij de specifieke leerstijl van het kind met ASS naar boven komt. Vaak hebben leerlingen met ASS ook reeds in het lager onderwijs kennis gemaakt met een communicatiesysteem dat op hun maat is aangepast (door bvb. de afname van de Comvoor). Dit betekent dat een leerling met autisme de overstap kan maken naar het secundair onderwijs met een degelijke handleiding van hoe men  binnen de leercontext het best het kind kan benaderen. Indien dit niet het geval is moet de school voor secundair onderwijs een snelle inhaalbeweging maken om het kind te leren kennen binnen het dagdagelijks functioneren. Vaak merken we echter bij een doorverwijzing nog te vaak een focus op de intellectuele mogelijkheden van de leerling met ASS, waardoor deze onder – of overschat wordt. Daarom pleiten wij ervoor om als secundaire school, de lagere scholen te motiveren om in hun doorverwijzing rekening te houden met de verschillende factoren die en rol zullen spelen in de latere tewerkstelling van de persoon met autisme.