2.1 Functionele vaardigheden

Deze fase begint simultaan met de startfase wanneer de leerling de overgang maakt van het lager naar het hoger secundair onderwijs. Daarbij verschuift het accent naar het oefenen van functionele vaardigheden ter voorbereiding van de latere tewerkstelling.

Tussen 12 en 16 jaar beschikken de jongeren over de capaciteiten om getrainde vaardigheden te transfereren naar andere situaties en deze verder in te oefenen met andere personen. In de voorbereiding op ‘werk’ wordt het accent vooral gelegd op de taakvaardigheden, de taakuitvoering binnen een aanvaardbaar ritme, de sociale verantwoordelijkheid, die allemaal ingeoefend werden in de lagere school. In deze fase van het leer- en ontwikkelingsproces worden deze verder uitgediept en toegepast binnen nieuwe contexten. Voor de leerlingen wordt de kans gecreëerd om bij zichzelf nieuwe interesses en vaardigheden te ontdekken en verschillende werkervaringen op te doen. Hier wordt een basis gelegd voor een latere beroepskeuze.